+31 (0)88 664 0601

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij software laten bouwen?

Nick van Laarhoven ·
Gebarsten blauwdruk op bureau met verward meetlint, verkeerd uitgelijnd architectuurplan en gebroken potlood.

De meest gemaakte fouten bij het laten bouwen van software zijn: onvoldoende voorbereiding, een verkeerde partnerkeuze, onduidelijke requirements en geen strategie voor wat er na de oplevering gebeurt. Deze fouten leiden keer op keer tot projecten die uitlopen, duurder worden dan begroot of simpelweg niet doen wat ze moeten doen. In dit artikel beantwoorden we de vragen die elke directeur of manager zou moeten stellen voordat hij of zij een softwareproject opstart.

Waarom lopen zoveel softwareprojecten uit of mislukken ze?

Softwareprojecten mislukken vrijwel altijd om dezelfde redenen: onduidelijke verwachtingen aan het begin, onvoldoende betrokkenheid van de opdrachtgever tijdens het traject, en een gebrek aan realisme over wat er gebouwd wordt en hoelang dat duurt. Techniek is zelden de oorzaak. De communicatie is het probleem.

Veel MKB-bedrijven starten een softwareproject met een vaag idee van wat ze willen. “We willen een systeem dat alles met elkaar verbindt” klinkt logisch, maar voor een ontwikkelaar is dat geen opdracht. Zonder concrete beschrijving van processen, uitzonderingen en gebruikerssituaties begint het bouwen op drijfzand.

Daar komt bij dat opdrachtgevers tijdens het project regelmatig nieuwe wensen toevoegen, ook wel scope creep genoemd. Elke toevoeging kost tijd en geld, maar voelt op het moment zelf klein. Na tien van zulke beslissingen is het project verdubbeld in omvang, zonder dat iemand dat bewust heeft goedgekeurd.

Het risico op een mislukt softwareproject is het grootst wanneer er geen heldere afspraken zijn over scope, planning en communicatie. Een goede aanpak begint niet met technologie, maar met de vraag: wat moet dit systeem precies oplossen, voor wie, en wanneer is het geslaagd?

Een app die bij jouw organisatie past?

Vertel ons wat je wilt verbeteren.

Neem contact op

Wat gebeurt er als je requirements niet goed vastlegt?

Als je de requirements, de concrete eisen en wensen voor je software, niet goed vastlegt, bouw je aan iets wat niemand heeft besteld. Ontwikkelaars maken aannames, opdrachtgevers gaan ervan uit dat bepaalde dingen vanzelfsprekend zijn, en bij oplevering blijkt dat beide partijen een ander systeem voor ogen hadden.

Dit is een van de duurste fouten die je kunt maken. Niet omdat het schrijven van requirements ingewikkeld is, maar omdat het overslaan ervan leidt tot herstelwerk dat veel meer kost dan de voorbereiding had gekost. Functionaliteit die opnieuw gebouwd moet worden, gebruikers die het systeem niet begrijpen, en een leverancier die zegt dat het “precies is gebouwd wat was afgesproken” terwijl jij iets heel anders verwachtte.

Goede requirements beschrijven niet hoe iets technisch werkt, maar wat een gebruiker moet kunnen doen. Denk aan: “Een medewerker moet een offerte kunnen aanmaken, koppelen aan een klant, en als PDF versturen.” Dat is concreet genoeg om op te bouwen. “Een offertemodule” is dat niet.

Neem de tijd om processen stap voor stap te beschrijven, inclusief uitzonderingen. Wat gebeurt er als een klant een offerte afwijst? Wat als een medewerker ziek is en een collega de taak overneemt? Die randgevallen zijn precies waar standaard software tekortschiet en waar maatwerk software zijn waarde bewijst.

Hoe kies je de verkeerde softwarepartner zonder het te weten?

Je kiest de verkeerde softwarepartner wanneer je selecteert op prijs of presentatie in plaats van op begrip van jouw processen en eerlijkheid over wat haalbaar is. Een leverancier die alles belooft, nooit terugvraagt en een glanzend voorstel stuurt zonder kritische vragen te stellen, is een risico.

Veel opdrachtgevers merken pas achteraf dat de samenwerking niet werkte. De communicatie liep via een accountmanager die de technische details niet kende. De developers zaten in een ander land of wisselden halverwege het project. Na oplevering was de leverancier moeilijk bereikbaar.

Waar moet je dan wel op letten bij het kiezen van een softwarepartner?

  • Praat direct met de developer, niet alleen met een salesmedewerker. Begrijpt deze persoon jouw branche en processen?
  • Vraag naar eerdere projecten in vergelijkbare sectoren. Niet naar logo’s op een website, maar naar concrete voorbeelden en liefst referenties.
  • Let op hoe ze vragen stellen. Een goede partner vraagt door, ook als je antwoord vaag is. Ze stellen de vraag achter de vraag.
  • Controleer wie de code bezit en of je er altijd bij kunt. Meer hierover bij het onderwerp vendor lock-in.
  • Vraag hoe ze omgaan met wijzigingen tijdens het project. Elk project verandert onderweg. Hoe transparant zijn ze daarover?

Bij WEAP communiceer je van begin tot eind direct met de developers die jouw applicatie bouwen. Geen tussenschakels, geen stille post. Dat klinkt eenvoudig, maar het maakt een groot verschil in de kwaliteit van wat er uiteindelijk wordt opgeleverd.

Wat is het verschil tussen een MVP en een afgewerkt product?

Een MVP, een Minimum Viable Product, is de kleinst mogelijke versie van een applicatie die al echte waarde levert. Het bevat alleen de functies die noodzakelijk zijn om het kernprobleem op te lossen. Een afgewerkt product is de volledige versie met alle functionaliteit, integraties en verfijningen die je uiteindelijk wilt hebben.

Het verschil is niet alleen in omvang, maar in strategie. Een MVP stelt je in staat om snel te starten, te leren van echte gebruikers en bij te sturen voordat je grote bedragen investeert in functies die misschien helemaal niet nodig blijken te zijn. Een afgewerkt product bouwen zonder tussentijdse validatie is een van de grootste risico’s bij software laten bouwen.

Voor MKB-bedrijven is de MVP-aanpak vaak verstandig. Je lost eerst het grootste pijnpunt op, je medewerkers wennen aan het nieuwe systeem, en je ontdekt gaandeweg wat je nog meer nodig hebt. Dat is een stuk betrouwbaarder dan een jaar lang bouwen aan iets wat niemand heeft gebruikt.

Dat betekent niet dat een MVP slordig of onaf mag zijn. Het moet stabiel werken, veilig zijn en de kernprocessen correct afhandelen. Het verschil zit in de breedte van de functionaliteit, niet in de kwaliteit van het fundament.

Wanneer moet je stoppen met aanpassen en opnieuw beginnen?

Je moet stoppen met aanpassen en opnieuw beginnen wanneer de kosten van het onderhouden en uitbreiden van een bestaand systeem structureel hoger zijn dan de kosten van vervanging, of wanneer het systeem de groei van je bedrijf actief belemmert. Dat moment komt eerder dan de meeste bedrijven denken.

Veel organisaties werken jaren met software die “eigenlijk niet meer past”. Er zijn workarounds gebouwd op workarounds. Medewerkers kennen de trucjes, maar nieuwe collega’s snappen er niets van. Elke aanpassing kost meer tijd dan verwacht omdat niemand meer precies weet hoe het systeem in elkaar zit.

Signalen dat het tijd is om opnieuw te beginnen zijn onder andere:

  • Aanpassingen die vroeger een dag kostten, duren nu weken.
  • Niemand durft meer iets te veranderen uit angst dat er iets anders stukgaat.
  • De oorspronkelijke leverancier is niet meer bereikbaar of bestaat niet meer.
  • Het systeem integreert niet met nieuwe tools die je bedrijf nodig heeft.
  • Medewerkers werken structureel om het systeem heen in plaats van ermee.

Opnieuw beginnen voelt als een grote stap, maar is vaak goedkoper op de lange termijn dan blijven plakken aan een systeem dat zijn beste tijd heeft gehad. Zeker als je start met een goed fundament en een duidelijke aanpak.

Een app die bij jouw organisatie past?

Vertel ons wat je wilt verbeteren.

Neem contact op

Hoe voorkom je vendor lock-in bij maatwerk software?

Vendor lock-in bij maatwerk software voorkom je door vanaf het begin duidelijke afspraken te maken over eigendom van de broncode, toegang tot de data en overdraagbaarheid van het systeem. Als jij de opdrachtgever bent, moet jij de eigenaar zijn van wat er gebouwd wordt.

Toch zijn er bedrijven die na jaren van samenwerking ontdekken dat ze de software niet kunnen meenemen als ze van leverancier willen wisselen. De code is eigendom van de leverancier, de data zit opgesloten in een systeem zonder exportmogelijkheid, of de documentatie ontbreekt volledig. Dat is een positie waar je niet in wilt zitten.

Praktische maatregelen om onafhankelijk te blijven van je softwareleverancier:

  • Leg eigendom van de broncode contractueel vast. Jij betaalt voor het bouwen, dus jij bent eigenaar van het resultaat.
  • Zorg voor toegang tot je eigen data. Je moet altijd een export kunnen maken, in een gangbaar formaat.
  • Vraag naar documentatie. Een goed gedocumenteerd systeem kan door een andere partij worden overgenomen als dat nodig is.
  • Vermijd systemen die alleen draaien op proprietary infrastructuur van de leverancier zonder alternatief.

Onafhankelijkheid begint bij transparantie. Een leverancier die niets te verbergen heeft, heeft geen bezwaar tegen deze afspraken. Bij WEAP is het uitgangspunt dat jij als opdrachtgever altijd de controle houdt over wat er gebouwd is. Wil je weten hoe wij dat in de praktijk aanpakken? Neem dan contact op en we leggen het je uit zonder verplichtingen.

Gerelateerde artikelen